WANNEER STERKE KLEUTERS HUN VUUR DOOFT…

We zijn nu een vijftal maanden ver dit schooljaar en wat zie en hoor ik bij een aantal sterke kleuters? Ze hebben geen zin meer om naar school te gaan. Zij hadden eind augustus nochtans veel goesting om te starten: een nieuwe juf of meester, een nieuwe klas, nieuwe hoeken, nieuw speelgoed, nieuwe klasgenoten… En wat ik nu zie is dat er al heel wat kleuters geen zin meer hebben. We zijn nu al na kerst, maar ik zag er zelfs al na 2 weken afhaken.

Wat is hier eigenlijk aan de hand?

Sterke kleuters ontwikkelen sneller dan hun leeftijdsgenoten – vaak hun klasgenoten. Deze sterke kleuters vinden het materiaal en de hoeken in de klas ook interessant, maar ze zijn gewoon sneller dan anderen uitgespeeld. Dat betekent bijvoorbeeld dat de spelletjes al snel niet meer interessant of moeilijk genoeg zijn. Of dat de bouwmaterialen al snel geen geheimen meer kennen en wat moet je er dan nog mee? Of dat er in de huishoek al snel onvoldoende prikkelende spullen zijn om het spel interessant genoeg te kunnen maken. En dus zien we dat deze sterke kleuters al snel genoeg hebben van wat er in de klas te beleven valt.

En er speelt nog een tweede iets: niet alleen zijn zij sneller uitgespeeld, maar zij zijn ook veel sneller klaar om intentioneel te leren. En ik hoor regelmatig bij leerkrachten: “Maar kleuters die moeten toch spelen.” Ja, dat klopt EN zij willen ook vaak sneller echt les krijgen. En dus ook daar kunnen deze kleuters soms echt op hun honger zitten. Want in de kleuterklas wordt er nog niet echt leesles, schrijfles of rekenles gegeven, maar zij zijn er wel al klaar voor en zij hebben dat ook gewoon nodig.

En ten derde: deze kinderen kunnen ook echt nog genieten van en nood hebben aan echt spelen in de kleuterklas, maar hier zijn wel wat aandachtspunten bij:

  • Hun spel situeert zich vaak op een ander niveau dan hun klasgenoten dus ze spelen vaker alleen of proberen zich aan te passen en vervallen dan in routineus, saai spel (bijv. wat ‘broem broem met de auto’s’, iets dat ze 2 jaar geleden ook al deden).
  • Ze hebben soms nood aan andere materialen dan die voorhanden zijn in hun klas (denk maar aan klein constructiemateriaal of schrijfspullen), maar die zijn er soms niet en dan zien we hen bijvoorbeeld vlinderen van het ene naar het andere en niet meer tot spel komen.
  • Ze hebben nood aan spelen met ontwikkelingsgelijken (dit zijn andere sterke kleuters of oudere kleuters) zodat ze hun spel echt op hun niveau kunnen spelen. Hier gaat het niet om het materiaal op zich dat niet passend is, maar wel dat ze zich niet helemaal kunnen storten op hun spel omdat ze geen medespelers hebben die erin mee kunnen gaan en hun taal en ideeën begrijpen.  
  • Ze willen hun spel laten vertrekken vanuit hun eigen – vaak andere – interesses dan de meeste klasgenoten. En dan zie je dat ze daar staan als 4-jarige met hun Griekse goden of de Egyptenaren met alles erop en eraan (lees: farao’s, sfinxen, sarcofaag, mummificeren, hiërogliefen…) maar die klasgenoten hebben daar helemaal geen oren naar.

En dus: ‘gewoon spelen’ met het reguliere aanbod in de klas is al snel niet meer zo leuk en vooral niet meer zo interessant.

En dan gebeurt het… hun vuur binnenin begint te doven

Het enthousiasme en de goesting waarmee deze sterke kleuters het schooljaar startten, neemt af want er valt voor hen minder te beleven. En dat betekent voor deze kleuters: verveling. En weet: verveling geeft stress.

En dat laten deze sterke kleuters merken, vaak eerst thuis:

  • Uitbarstingen voor en na school, die gepaard gaan met roepen, schreeuwen, slaan, schoppen, bijten…
  • Niet meer luisteren en vaak grenzen overschrijden
  • Heel prikkelbaar, weinig tot niets meer kunnen verdragen 
  • (Nog) gevoelig(er) worden voor (de naden van) kleding, stofjes, geluid, geuren, …
  • Ziektes veinzen om niet naar school te moeten gaan
  • ’s Morgens tegenwerken om zich aan te kleden, tanden te poetsen, te eten… om zo toch maar niet op tijd naar school te kunnen vertrekken 
  • Moeite hebben om de schoolpoort binnen te wandelen
  • Zeuren en zagen over school, over klasgenoten…

Op school ziet dat er vaak heel anders uit

Daar tonen deze kleuters dit helemaal niet zo. Denk aan:  

  • De voorbeeldige kleuter spelen, met een grijns op het gezicht in de klas zitten.
  • Zich netjes aanpassen aan de klasgenoten, met dezelfde soort tekeningen en hetzelfde soort spel (dat ouders bij hun kind niet herkennen). 
  • Vlinderen van de ene hoek naar de andere hoek, zonder nog tot echt spel te komen.
  • Alleen spelen, zich wat afzonderen. En ja, dan durf je je wel eens af te vragen: is er niks mis met hun sociale ontwikkeling?
  • De clown uithangen, of net heel wild doen, of zich echt storend gedragen in de klas. 

En het zou kunnen dat je dan als leerkracht misschien wel andere conclusies trekt omdat het gedrag thuis en op school dermate verschilt. Blijven communiceren en uitwisselen met ouders is dan ook heel belangrijk.

Wat deze kinderen nodig hebben, is een omgeving op hun maat. 

  • Een klas met interessante hoeken en materialen en de nodige uitdaging. Bijvoorbeeld met spelletjes uit een klas hoger. Of bouwmaterialen die geregeld wisselen of met extra toevoegingen zoals touw of papiertape. Of met schrijfspullen in de huishoek.
  • Een plek waar ze nieuwe dingen op hun tempo kunnen leren en waar de thema’s voor hen voldoende interessant zijn.
  • Een juf of meester waarvan ze voelen dat ze zichzelf mogen zijn, met hun bijzondere interesses, hun (vele) vragen en spel op hun niveau. 
  • Een plek waar het ook echt oké is om te falen en ze zich niet keer op keer hoeven te bewijzen. Want het is belangrijk dat deze kinderen durven ploeteren en proberen en dus ook mislukken. 
  • Een plek waar ze ontwikkelingsgelijken kunnen ontmoeten, zodat ze kunnen voelen dat ze helemaal oké zijn en dat ze niet moeten vervallen in een patroon van zich telkens helemaal aanpassen.   

En wat nu? Je mag dit niet negeren! 

Je zou kunnen denken “Oh, wat minder enthousiast en wat verveling, kan dat kwaad?” Ja, we mogen dit niet negeren. De gevolgen op lange termijn kunnen groot zijn: aanpassingsgedrag (en dus ook vervreemden van zichzelf), onderpresteren, geen uitdaging meer durven aangaan, niet doorzetten, niet met fouten durven of kunnen omgaan, demotivatie, schoolmoe zijn (ja, zelfs op kleuterleeftijd kan dit al gebeuren en er zijn nog vele jaren te gaan!)…

Durf het gesprek met ouders aan te gaan. 

Bespreek wat jij in de klas en op school ziet en hoort. En luister naar hoe ouders hun kind zien, wat hun kind zegt en doet thuis. Is dit makkelijk? Nee. Is dit nodig? Ja. 

Wil je graag meer leren over hoe je cognitief sterke kleuters kan herkennen en uitdagen in jouw klas? Over hoe je het gesprek met ouders best aanpakt en op welke verschillende manieren kinderen dit kunnen tonen in de klas? En hoe je dan verder gaat met kinderen en ouders? wat jij in de klas en op school ziet en hoort. En luister naar hoe ouders hun kind zien, wat hun kind zegt en doet thuis. Is dit makkelijk? Nee. Is dit nodig? Ja.  

Meld je dan aan voor mijn training die in februari wederom van start gaat

En ben jij leerkracht / zorgco lager onderwijs en wil je dit voor de lagere school leren? Dan is er ook het traject voor de lagere school.

Alle emoties door elkaar

Wil je geen enkel blog missen?

Abonneer je op mijn inspiratiebrief en ontvang de nieuwe blogs rechtstreeks in je mailbox.