De eerste weken van september zitten er alweer op.
Ik ontving uiteenlopende reacties van kinderen die de voorbije weken bij mij langskwamen voor begeleiding.
Van “ik heb een lieve juf en nu zie ik mijn vriend terug” van een jongen uit het eerste leerjaar,
en ook “er is een map in de klas met moeilijker werk en daar mag ik iets uit kiezen” van een meisje uit de derde kleuterklas
over “het gaat traag, echt traag” van een jongen uit het vijfde leerjaar
tot “ik heb nog niks nieuws geleerd, maar ja, het is nu september en dan is het toch alleen maar herhaling. Nu doen we alle oefeningen van vorig jaar. En dat is echt niet leuk.” van een meisje uit het tweede leerjaar.
Vlak voor de start van het schooljaar las ik in De Standaard het dossier De slimste van de klas.
Eén van de vragen die daarin werd gesteld, was: “Moeten we ons écht bezighouden met de slimmeriken van de klas?”
Want… ze kunnen het toch al?
Er zijn toch andere kinderen die veel meer ondersteuning nodig hebben?
Er zijn al zoveel kinderen met extra zorgen in de klas.
Als die slimmeriken klaar zijn, kunnen ze toch gewoon zelfstandig iets doen?
En moeten ze niet gewoon leren omgaan met een beetje verveling?
Mijn antwoord daarop is natuurlijk een heel luide en duidelijke JA! We moeten ons écht bezig houden met de slimmeriken van de klas!
Want doen we dat niet, dan verliezen we heel veel kinderen.
Niet omdat ze niet slim genoeg zijn, maar net omdat ze onvoldoende worden uitgedaagd.
Ze raken gedemotiveerd, haken af, gaan onderpresteren, worden schoolmoe.
En soms leidt dat uiteindelijk zelfs tot schooluitval.
En toch … toch blijft die hardnekkige mythe bij vele mensen leven:“Ah, die slimme kinderen redden zich wel. Die komen er vanzelf wel.”
Maar kijken we ook zo naar kinderen die minder snel leren? Wanneer een kind moeite heeft met leren, vinden we het heel vanzelfsprekend dat we extra ondersteuning voorzien. We zoeken naar wat het kind nodig heeft, passen aan, herhalen, begeleiden, remediëren en oefenen. En terecht hoor; deze kinderen hebben dat nodig.
Maar een kind dat sneller leert en minder herhaling nodig heeft? Zo’n kind laten we maar al te vaak gewoon z’n plan trekken.
“Doe maar gewoon mee.”
“Maak eerst maar alle oefeningen in je boek.”
“Als je klaar bent, mag je lezen.”
“Je kan de anderen wel even helpen.”
“Zoek maar iets om je in stilte bezig te houden.”
En ik snap dat ook wel. Want het is absoluut niet eenvoudig om 25 (of meer) kinderen in je klas allemaal in die zone van naaste ontwikkeling te krijgen en allemaal betrokken bezig te laten zijn.
Ik snap dat een extra paar helpende handen écht wel handig kan zijn.
Maar ook een cognitief sterk kind gaat naar school om te leren, om nieuwe dingen te ontdekken, om uitgedaagd te worden, om te moeten ploeteren en inspanningen te moeten leren, om fouten te maken, vast te lopen en dan toch door te zetten en te ervaren: hé, dit kan ik nog niet… maar ik kan het leren.
En dus vaak moeten wachten, vaak klasgenoten gaan helpen of vaak je in stilte bezig houden, dat is niet oké. Want misschien heb je zelf als volwassene ook al ervaren wat het met je doet als iets traag gaat, als je het al weet, als je niets te doen hebt… dan tikt de tijd tergend traag vooruit en voelt een minuut aan als een uur. En dan hebben wij als volwassene vaak wel nog de autonomie om hier iets aan te doen.
Exact een jaar geleden schreef ik een post over de de gouden weken in september en de herhalingen. In deze blog lees je over een trage schoolstart voor cognitief sterke kinderen, mogelijke gevolgen hiervan en wat jij als leerkracht kan doen. Nog steeds brandend actueel. Lees hier mijn blog ‘Over de gouden weken’.
En wil je graag meer zicht krijgen op wat hoogbegaafdheid en cognitief sterk functioneren nu precies betekent, hoe je dit kan herkennen en wat deze kinderen nodig hebben? Dan ben je nu woensdag van harte welkom op mijn gratis webinar HOOGBEGAAFD?! op 16 september. Het is mijn basiswebinar waarin ik een aantal hardnekkige mythes onder de loep neem en vooral wil meegeven: deze kinderen hebben óók ondersteuning nodig.
Misschien wil je zelf luisteren. Misschien volgde je dit webinar al, maar wil je dit graag met je collega’s, zorgleerkracht of directie delen. Of met ouders voor wie dit interessant kan zijn. Voel je vrij om deze mail door te sturen.
En ja, er zijn al scholen die dit fantastisch aanpakken, echt! Ongeveer 1 op 5 scholen heeft al een zekere mate van expertise op vlak van cognitief sterk functioneren. Maar dat betekent dat er nog héél véél groeimarge is! En daar blijf ik kei hard voor werken! Want ook de cognitief sterke kinderen verdienen het om gezien, begrepen én ondersteund te worden.
PS: Wil je graag heel concreet en praktijkgericht leren hoe je cognitief sterke kinderen kan herkennen, erkennen en uitdagen in de kleuterklas of in de lagere school? Wees welkom op mijn online traject voor leerkrachten kleuteronderwijs of lager onderwijs.
